EPC / BENG zonwering

Wanneer mag ik aangeven dat er een zonwering is?

Wat is EPC?

Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen. De maat energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). De bepaling van de EPC ligt vast in de norm NEN 7120 Energieprestatie van gebouwen (EPG). Deze norm geldt voor nieuwbouw van woningen. 

Gebouwgebonden zonwering

In de norm wordt geen definitie gegeven van een gebouwgebonden zonwering, ook worden in de norm geen eisen gesteld aan de buitenzonwering. Wanneer (bij oplevering van de woning) een buitenzonwering aanwezig is dan kan in de EPC-berekening worden uitgegaan van een zonwering. Zonwerende beglazing kan niet beschouwd worden als gebouwgebonden zonwering. In dat geval kan worden uitgegaan van zonwerende beglazing met een lage ZTA.

Rolluiken

Rolluiken kunnen afhankelijk van de wijze waarop deze gebruikt worden, worden meegenomen als luiken of als zonwering. Wanneer de luiken als nachtelijke isolatievoorziening worden gebruikt,waarmee ’s nachts een vermindering van de warmte-transmissiever- liezen wordt verkregen, dan zijn ze te beschouwen als luiken. Wanneer de rolluiken als een gebouwgebonden buitenzonwering worden toegepast, waarmee ook de zontoetreding in de zomer wordt gereduceerd, dan zijn ze te beschouwen als zonwering. Overstekken (galerij, vaste luifel) en belemmeringen dienen ingevoerd te worden als overstek of belemmering.

Van EPC naar BENG

 Op 1 juli 2020 is het zover: dan moeten alle vergunningsaanvragen voor nieuwbouw voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Waar op dit moment het Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) nog wordt gebruikt voor het bepalen van de energiezuinigheid van gebouwen, wordt deze coëfficiënt vanaf juli 2020 vervangen door de zogenaamde BENG-indicatoren. Wat betekent dat precies? En wat zijn de gevolgen?

De Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) is de maat voor energiezuinigheid van gebouwen. De NEN 7120 Energieprestatie van gebouwen (EPG) is door het Bouwbesluit per 1 juli 2012 aangewezen als bepalingsmethode voor het maken van EPC-berekeningen. Bij dit soort berekeningen kijkt men naar de energiezuinigheid van woningen of utiliteitsbouw, op basis van eigenschappen van het pand, de installaties en het gedrag van gebruikers. In het Bouwbesluit zijn onder andere de maximale EPC-waardes voor verschillende soorten gebouwfuncties – zoals kantoorfunctie, onderwijsfunctie of woningen – vastgelegd. Deze eisen werden begin 2015 voor het laatst aangescherpt. Sindsdien geldt voor nieuwbouwwoningen bijvoorbeeld een maximale EPC-waarde van 0,4. Voor nieuwe gebouwen met een kantoorfunctie is dat 0,8 en voor gebouwen met een onderwijsfunctie 0,7.

Hoe vervangt de BENG-norm de EPC?

Vanaf 2020 moeten alle vergunningsaanvragen voor nieuwbouw voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen, een afspraak die voortkomt uit het Energieakkoord voor duurzame groei en de Europese richtlijn Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Omdat overheidsgebouwen een voorbeeldfunctie hebben, moeten dit type gebouwen bij aanvraag van de omgevingsvergunning overigens al sinds 1 januari 2019 aan de BENG-eisen voldoen.

Voor het bepalen van de energieprestaties van gebouwen zijn drie BENG-indicatoren opgesteld:

  • de maximale energiebehoefte in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar;
  • het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar;
  • het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.

Met ingang van 1 juli 2020 wordt de NEN 7120 vervangen door de NTA 8800 als bepalingsmethode om in kaart te brengen of een gebouw voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de wet- en regelgeving. Deze methode geldt voor zowel woning- als utiliteitsbouw en voor nieuwbouw en bestaande bouw.

Wat zijn de gevolgen van de overgang van EPC naar BENG?

De overgang van één naar drie indicatoren voor de energiezuinigheid van gebouwen maakt het mogelijk om nieuwbouw verder te verduurzamen en steeds meer bijna energieneutrale gebouwen te creëren. Voor gebruikers betekent dit een energiezuinig, comfortabel pand. Een gebouw dat voldoet aan de BENG-eisen is bovendien toekomstbestendig en daardoor waardevaster dan gebouwen die dat niet doen.

De focus op de energieprestaties van gebouwen stopt echter niet bij de BENG-eis. Ook als vanaf juli 2020 de BENG-indicatoren zijn vastgelegd in de wet, zijn er mogelijkheden om het energieverbruik van gebouwen verder naar beneden te brengen dan de vereiste getallen. Zo zien we steeds meer energieneutrale gebouwen, zoals nul-op-de-meterwoningen. De BREEAM-NL-methode, ontwikkeld en beheerd door de Dutch Green Building Council, speelt hierbij een belangrijke rol. Dit keurmerk wordt gebruikt voor het beoordelen en meten van duurzaamheidsprestaties van gebouwen. Ook biedt het handvatten voor het behalen van nog lagere waardes dan de indicatoren die zijn vastgelegd in de wet- en regelgeving.

Werkelijke gebruik

Hiermee kijkt men ook naar het daadwerkelijke gebruik van een gebouw. Hoewel de BENG-indicatoren het eenvoudiger maken om energieverbruik van een gebouw nauwkeuriger te voorspellen, blijft het werkelijke gebruik van een pand een grote rol spelen. Een gebouw dat voldoet aan de BENG-eisen, maar waar de hele dag de ramen openstaan, is immers nog steeds niet energiezuinig.